Q: Waarom stappen de LinGOA journals op bij de huidige uitgevers?

  1. De redacties van deze tijdschriften willen dat wetenschappelijke artikels worden gepubliceerd tegen de voorwaarden van eerlijk en betaalbaar (Fair) Open Access. Ze zijn het niet eens met de voorwaarden en de te hoge prijzen die veel van de commerciële uitgevers hanteren voor het publiceren van wetenschappelijke artikels. Als de huidige uitgever instemt met de voorwaarden die LingOA stelt, dan is er geen reden om bij de huidige uitgever te vertrekken. De voorwaarden van Fair Open Access die LingOA wil bedingen zijn als volgt: (1) een (redelijke) prijs per gepubliceerd artikel, (2) artikels moeten in Open Access verschijnen en dus vrij toegangelijk zijn op het internet, (3) het eigendom van de titel van het tijdschrift moet bij de redactie van het tijdschrift liggen, en (4) de auteur van het wetenschappelijke artikjel behoudt de volledige auteursrechten over zijn werk. Voor LingOA is er sprake van Fair Open Access als een uitgever aan al deze voorwaarden voldoet.

Q: Naar welk publicatieplatform verhuizen de redacties?

  1. Sommige van de redacties verhuizen in eerste instantie naar vrij recent opgerichte Open Access uitgever, Ubiquity Press (UP) http://www.ubiquitypress.com/ die aan alle voorwaarden van LingOA voldoet. Daarnaast zijn gesprekken gestart over samenwerking met de Open Library of the Humanities, wat de duurzaamheid van LingOA na de 5 eerste jaren garandeert.

Q: Waarom is LingOA in Nederland gestart?

  1. Om twee redenen:
  2. Omdat de taalkunde in Nederland heel sterk is en een toonaangevende rol in de wereld speelt.
  3. Omdat ook de Open Access beweging in Nederland heel sterk is, mede dankzij de oproep van staatssecretaris Sander Dekker hiertoe, en de onderhandelingen die de VSNU en de universiteiten daarover voeren met de grote commerciële uitgevers.

Die twee zaken versterken elkaar. Daarnaast is het natuurlijk zo dat veel tijdschriften historisch in Nederland ontstaan zijn, niet in de laatste plaats omdat Nederland een groot land is op het gebied van uitgeven en uitgevers.

Q: Wat is de Open Library of the Humanities?

  1. De Open Library of the Humanities (OLH) is ook een Fair Open Access uitgever. OLH werkt samen met een netwerk van bibliotheken wereldwijd die de kosten voor Open Access publicaties aan OLH betalen, zodat de auteurs/wetenschappers dat niet zelf hoeven te doen. OLH is een liefdadigheidsinstelling die zich ervoor inzet om Open Access uitgeven te realiseren waarbij de auteurs de kosten niet hoeven te betalen. Dit garandeert een duurzame toekomst voor de Fair Open Access tijdschriften waarin geen enkele auteur ooit uit eigen zak hoeft te betalen voor publicaties. OLH werkt samen met een wereldwijd netwerk van bibliotheken die de kosten van de Open Access publicaties betalen voor de wetenschappers en onderzoekers.

Q: Is Ubiquity Press niet gewoon een commerciële uitgever?

  1. Het is een uitgever als alle anderen, maar eentje die aan alle voorwaarden van LingOA voldoet. En de kosten zijn er buitengewoon laag. Bij Ubiquity Press (UP) betaal je voor het publiceren van een artikel in Open Access € 400, terwijl dat bij de traditionele uitgevers kan oplopen tussen de € 1000 tot soms wel € 4000. Die kosten worden in jargon ‘article processing charges’ (APCs) genoemd.

Daarnaast is Ubiquity Press geen ‘eigenaar’ van het tijdschrift: de titel blijft bij de redactie en de auteursrechten bij de auteur. Het tijdschrift kan dus ook ten allen tijde vertrekken bij UP.

Q: En wat rekent Ubiquity Press dan nog voor de abonnementen aan de bibliotheken?

  1. UP is wat je noemt een ‘Full’ Open Access uitgever. Dit betekent dat UP helemaal niet met abonnementen voor zijn tijdschriften werkt. UP doet dus ook niet aan ‘double dipping’: aan de ene kant abonnementsgelden innen voor toegang tot het volledige tijdschrift, en daarnaast ook nog per artikel geld vragen aan de auteur voor een Open Access versie van dat ene artikel.

Q: Ook Ubiquity Press zal winst willen maken, hoezo is hier publiceren goedkoper?

  1. In tegenstelling tot de grote commerciële uitgevers is bij Ubiquity Press winst niet het voornaamste doel. Ze zijn ook niet beursgenoteerd zoals vele commerciële uitgevers. Ze werken goedkoper omdat ze dure en omslachtige systemen weten te vermijden, waardoor ze lagere kosten in rekening kunnen brengen. Maar vooral is het de intentie van UP een service voor de academische gemeenschap te verschaffen, en er dus voor te zorgen dat alles betaalbaar blijft.

Q: Hoeveel goedkoper wordt het publiceren eigenlijk?

  1. Om te beginnen zorgt LingOA dat de belastingbetaler niet meer twee keer voor dezelfde informatie moet betalen: eerst via de universiteitsbibliotheek voor toegang tot het hele tijdschrift en daarnaast nog eens via de auteur die geld uit publieke middelen neertelt voor de mogelijkheid om een artikel in Open Access te betalen.

En bovendien gaan de kosten voor het (alleen) in Open Access publiceren ook nog omlaag, omdat UP maar € 400 vraagt, terwijl dat bedrag bij andere uitgevers tussen de € 1000 tot soms wel € 4.000 kan oplopen.

Q: Je kunt toch niet zomaar met een tijdschrift vertrekken naar een ander platform. De commerciële uitgever is toch eigenaar?

  1. Inderdaad is de uitgever vaak eigenaar van de titel van een tijdschrift. Dat betekent natuurlijk niet dat ze ook eigenaar zijn van de redactieraad en peer reviewers. Die kunnen te allen tijde opstappen en elders een tijdschrift onder een andere naam starten. Uitgangspunt van LingOA is dat wij ervan uitgaan dat de kwaliteit van een tijdschrift samenhangt met de redactie/raad en peer reviewers, en niet automatisch gekoppeld is aan de uitgever.

Q: Als de naam van het tijdschrift moet worden aangepast dan wordt het blad onvindbaar voor wetenschappers. Hoe zorgen jullie ervoor dat taalwetenschappers zich gaan abonneren op het nieuwe tijdschrift?

  1. Het gaat niet om abonneren bij Open Access. Bij Open Access zijn alle artikelen gratis toegankelijk en heb je dus geen abonnementen meer nodig. Het kan zijn dat een titel blijft bestaan, het kan ook zijn dat die titel verandert. In het laatste geval zorgt LingOA ervoor dat de volledige gemeenschap van taalwetenschappers op de hoogte gebracht wordt. Dat is een relatief klein vakgebied, zo’n 26.000 wetenschappers, die allemaal samen komen op een portaalsite, LinguistList. (http://www.linguistlist.org/)

Q: Wat gebeurt er dan met het oude tijdschrift?

  1. Als de titel van het tijdschrift meeverhuist naar Ubiquity Press, gebeurt er eigenlijk niets. Dat is het geval met LabPhon dat gewoon onder dezelfde naam bij Ubiquity Press door gaat met bestaan.
    Als de uitgever de naam weigert mee te geven, dan kan hij/zij proberen om een nieuwe redactie op het tijdschrift te installeren. Een van onze acties is om de volledige taalkundige gemeenschap (zo’n 26.000 wetenschappers wereldwijd die allemaal verbonden zijn via de portaalsite LinguistList) ervan te overtuigen dat het niet in het belang is van het vakgebied om artikelen in te gaan sturen naar het oude tijdschrift met een nieuwe (en minder ervaren) redactie die inderhaast wordt aangesteld.

Q: Gaat de hele redactie van de vijf tijdschriften mee naar het nieuwe platform? Zijn er ook taalwetenschappers die bij de huidige uitgever blijven zitten?

  1. Ja, de hele redacties gaan over. Inmiddels hebben we het grootste taalkundige tijdschrift, Lingua, en twee (kleinere) tijdschriften die als eerste de overstap maken, LabPhon en Journal of Portuguese Linguistics. Daarnaast staan er twee zeer prestigieuze tijdschriften klaar om de overstap te maken, maar die moeten hun uitgevers nog informeren. Dat zal in de komende weken duidelijk worden: ofwel ze blijven bij hun uitgever die dan alle condities heeft geaccepteerd, of ze zullen ook naar Ubiquity en de OLH overstappen.

Q: Hoe weten jullie dat dit om een breed gedragen initiatief gaat?

  1. We weten dat dit om een breed gedragen initiatief gaat, omdat we inmiddels met veel van de redacties van de 90 belangrijkste tijdschriften in de taalkunde gesproken hebben, en er vrijwel overal enthousiasme bestond ten aanzien van LingOA . Alleen was er bij sommige redacties ook koudwatervrees vanwege de situatie na de eerste 5 jaar, als de garantie financiering van VSNU en subsidie van NWO aflopen. Nu we met de Open Library of the Humanities een overeenkomst hebben, kunnen we de gesprekken met deze tijdschriften opnieuw opstarten aangezien daarmee het voortbestaan van de tijdschriften na de eerste 5 jaar gewaarborgd is.

Q: Wat gebeurt er met de kwaliteit van de tijdschriften die overstappen?

  1. LingOA zorgt ervoor dat de tijdschriftredacties en hun netwerken overgaan naar Fair Open Acces met behoud van kwaliteitscontrole via peer review – wetenschappers die de kwaliteit van elkaars werk beoordelen. De kwaliteit van de peer review bepaalt immers in grote mate de reputatie van de tijdschriften. Het enige wat verandert, is het betaalmodel.

Q: Hoezo verandert dat betaalmodel dan precies?

  1. Voorheen werden wetenschappelijke tijdschriften betaald via dure abonnementen. In Open Access wordt er een bijdrage betaald per gepubliceerd artikel. Bij LingOA worden die bijdragen betaald uit de financiële garantstelling van de VSNU en NWO. Op termijn zullen de universiteitsbibliotheken gaan betalen voor de publicatiebijdragen van tijdschriftartikelen in plaats van voor de abonnementen. Op die manier wordt de succesvolle overgang van een duur abonnementsmodel naar een goedkoper publicatie-bijdragemodel verzekerd.

Q: In welk tempo en wanneer zijn de vijf redacties definitief overgestapt?

  1. LabPhon is al overgestapt en het Journal of Portuguese Linguistics publiceert haar eerstvolgende nummer waarschijnlijk al eind dit jaar op het UP platform. LingOA is momenteel in gesprek met zijn uitgever, en hoopt dat die uitgever accoord zal willen gaan met de voorwaarden. De redacties van LingOA hebben ondersteuning van een advocaat die zij voor het project hebben ingehuurd. De andere tijdschriften stappen over zodra hun onderhandelingen met de uitgevers rond zijn. Of niet, als hun uitgever accoord gaat met de voorwaarden.

Q: Hoe worden de lezers / abonnees geïnformeerd? ‘

  1. Dat hangt ervan af: bij LabPhon, waar de titel van het tijdschrift ook mee is gegaan, heeft de vorige uitgever De Gruyter de abonnees geïnformeerd. Als een uitgever niet meewerkt, dan wordt via LinguistList en de media bekend gemaakt wat de situatie is en zorgt Ubiquity Press dat alle universiteitsbibliotheken weten dat het tijdschrift via hen een doorstart maakt in open access.

Q: Betekent de overstap van de redacties ook dat het systeem van peer-review is geborgd?

  1. Uiteraard! De redacties zijn de spil in het peer review proces, zonder een goeie redactie is dat er niet. De redacties dragen dus zorg voor deze ‘collegiale toetsing’: het concept dat een wetenschappelijk artikel onderworpen wordt aan de kritische blik van een aantal mede-experts.

Q: Wie betaalt de transitiekosten en welke kosten worden dan eigenlijk gemaakt?

  1. De transitiekosten zijn redelijk overzichtelijk, en worden voor een groot deel door Ubiquity Press betaald. UP zorgt dat er een goeie infrastructuur is voor het tijdschrift om bij hen te beginnen. Verder zijn er kosten voor juridische ondersteuning bij de onderhandelingen van de vertrekkende tijdschriften, die zijn reeds in de begroting opgenomen. Daarnaast heeft de universiteitsbibliotheek van de Radboud Universiteit een assistent-redacteur in dienst genomen om de hoofdredacteuren te ondersteunen.

Q: Is het contract technisch wel mogelijk om nu te vertrekken?

  1. Elk contract is anders, maar zoals gezegd: de redacties/raden en peer reviewers zijn geen permanent bezit van de uitgever. Sommige redacteuren hebben uiteraard een contract, en hebben een verplichte opzegperiode. Dus moet in veel gevallen rekening gehouden worden met een transitieperiode van een half jaar tot een jaar.

Q: Waarom is het nodig dat de Nederlandse universiteiten die taalwetenschappelijke opleidingen aanbieden garant staan?

  1. Het lag voor de hand om daar waar opleidingen in de taalwetenschap worden aangeboden, garant te gaan staan. In de nieuwe situatie is sprake is van betaling voor Open Access publicatie door een auteur, wat met name in de Geesteswetenschappen nog volstrekt ongebruikelijk is, dus daar zijn nu nog geen budgetten voor. De VSNU, KNAW en NWO garanderen met hun steun aan de eerste tijdschriften dat hun auteurs voor de eerste 5 jaar deze kosten niet zelf hoeven te betalen. De verwachting is dat in de periode daarna het publicatiemodel wereldwijd is veranderd: van abonnementen naar open access. Waardoor er dus gelden beschikbaar komen bij bibliotheken voor het afdekken van de kosten van Open Access zoals het model van OLH al toont.

Q: Hoe groot is het ingeschatte marktaandeel van deze vier taalwetenschappelijke tijdschriften vergeleken met alle taalwetenschappelijke tijdschriften?

  1. Het tijdschrift Lingua is het derde tijdschrift in de categorie Language and Linguistics van Google Scholar wat betreft zijn h5-index, een maateenheid die meet hoeveel keer artikelen uit een tijdschrift geciteerd worden. Binnen de categorie Geesteswetenschappen is Lingua zelfs het 7e tijdschrift ter wereld qua h5-index. LabPhon is een recenter tijdschrift op het gebied van de fonetiek en de fonologie, en het Journal of Portuguese Linguistics is toonaangevend in Portugal en Zuid-Amerika.

Q: Hoe weten jullie of andere redacties gaan volgen?

  1. Het is zeer waarschijnlijk dat andere redacties gaan volgen, omdat we al in gesprek zijn met een groot aantal redacties van de taalwetenschappelijke tijdschriften en de meeste heel positief reageren.

Q: In hoeverre zijn er internationale taalwetenschappers bij betrokken? Of is dit enkel een Nederlands initiatief?

  1. Het is een internationaal initiatief aangezien het om volkomen internationale tijdschriften gaat. De redacteuren van de eerste tijdschriften die meedoen zijn wetenschappers werkzaam in verschillende landen in de Europese Unie, Engeland en de VS.

Q: Hoe wordt de rest van de internationale taalwetenschappers betrokken bij dit initiatief?

  1. Het betreffen internationale tijdschriften met een internationaal publiek, waardoor de internationale taalwetenschappers al vanzelfsprekend zijn aangehaakt.

Q: Als dit voor de taalwetenschap mogelijk is, geldt dit dan ook niet gewoon voor andere wetenschappelijke disciplines? Waarom lijkt het bij jullie zoveel makkelijker te gaan?

  1. De Taalkunde is een relatief klein vakgebied dat heel hecht is georganiseerd. Kenmerkend voor veel taalwetenschappers is het feit dat men een zekere eigengereidheid heeft en graag zijn eigen koers kiest. Het was overigens helemaal niet zo makkelijk om editors te overtuigen. Maar met het VSNU/NWO/KNAW LingOA fonds is duidelijk gemaakt dat de auteurs niet zelf voor het afdekken van de APCs hoefden te zorgen. Dat trok de eerste schapen over de dam. Daarnaast is het feit dat er een duurzame oplossing is dankzij de Open Library of Humanities ook een enorme beslissingsfactor gebleken.

LingOA hoopt natuurlijk dat het laat zien dat het, naast wenselijk, ook goed mogelijk is voor veel meer disciplines om deze stap te zetten; om te beginnen in de Geestes- en Sociale wetenschappen, maar wie weet ook in de Beta en Medische wetenschappen.

Tenslotte: de EU is ook bijzonder geïnteresseerd in onze aanpak. Op 12 oktober vindt een Workshop plaats waar LingOA wordt gepresenteerd en waar Gerard Meijer ook een verhaal houdt.